Nota Vrijwilligersbeleid

Bij het lezen van de vrijwilligersnota zijn wij net als bij vele andere maatschappelijke ontwikkelingen van twee hoofdthema's uitgegaan.
De structuur: Dus hoe en waarom is het vrijwilligerswerk zo gestructureerd?
De probleemaanpak: Wat zijn de oplossingen voor de zwakke punten, hoe worden die toegepast en wat zijn de valkuilen?
De structuur van het vrijwilligerswerk wordt ons in de nota goed uitgelegd, waardoor we een goed beeld gekregen hebben. Waarom het zo gestructureerd is, wordt ons niet verklaard. Waarschijnlijk omdat het zo gegroeid is. Wel wordt aangegeven dat onderzoek uitwijst, dat er veel moet veranderen. De knelpunten worden duidelijk genoemd. Het zijn meestal autonome maatschappelijke veranderingen, waar we weinig zelf aan kunnen doen. Wij vinden ook dat we bijvoorbeeld de bevolkingsopbouw en de tijdsbesteding niet echt kunnen veranderen. Voor minder regels zorgen blijft een doel om ook gemeentelijk naar te streven, maar veel regels zijn landelijk en zelfs Europees.
Voor de probleemaanpak geeft de nota zelf een drietal beleidsspeerpunten (blz. 15). Jammer is het dat er verder weinig gezegd over het belangrijkste punt voor een vrijwilliger. De vrijwilliger moet het werk en de werkomstandigheden fijn vinden. Dat kan alleen wanneer hij of zij niet alleen wordt aangesproken op de competenties. Het is vooral van belang, dat de vrijwilliger waardering en respect krijgt. Een 55+ er, die door een twintiger belerend wordt toegesproken, houdt er snel mee op. Dat is ook heel vaak gebeurd. Dus gemeentelijke ondersteuning of die door Scala is natuurlijk prachtig en ook nodig, maar gebrek aan waardering en vooral betutteling zijn de voornaamste redenen in ons land en waarschijnlijk ook in Hengelo om er mee op te houden. Een vrijwilliger en zeker de oudere vrijwilliger wil minstens als de gelijke worden beschouwd aan iemand die betaald begeleidend werk verricht.
Daarom onze vraag: "Wat doet het college eraan om bij de drie beleidsspeerpunten uit de nota dit probleem aan te pakken?"
Ten slotte maatschappelijke stages. Wij krijgen heel wisselende berichten over de maatschappelijke stages. We merken dat de grenzen van de wettelijke mogelijkheden worden opgerekt, omdat er te weinig stageplaatsen voor die duizenden leerlingen zouden zijn.
Onze vraag is: "Hoe zit dat? Hoe groot is het probleem? Wat doet het college eraan om het vinden van een goede stageplek te verbeteren."
De verantwoordelijkheden rond de maatschappelijke stages zijn gespreid. Het onderling afstemmen tussen de verschillende instanties loopt stroef.
Onze vraag: "Hoe spreekt het college de verantwoordelijken op de ontwikkelingen rond de maatschappelijke stages aan?"

Roeland Fens

Peiling

Gescheiden afval: DIFTAR wordt per 1 januari 2012 in Hengelo ingevoerd. Ik denk dat ik volgend jaar voor het ophalen van mijn huisvuil: