Hieronder volgen (a) de tekst van de brief waarin B&W antwoord geeft op de vragen gesteld in de brief van 2 november en (b) de tekst van de brief die door Arie Otten in reactie hierop is geschreven aan B&W.
Brief van B&W aan raadslid Arie Otten
Geachte heer Otten,
In uw brief aan het college van 2 november 2007 stelt u de volgende 3 vragen naar aanleiding van het onderwerp verzelfstandiging openbaar onderwijs.
1: Op basis van welke informatie denkt het college dat er draagvlak is bij de Bataafse Kamp?
2: Het college heeft de raad verkeerd voorgelicht: Waarom heeft het college dat gedaan?
3: a. Het college heeft gezegd dat wanneer de nieuwe statuten door de raad worden geaccordeerd, dat eveneens inhoudt dat daarmee de directeur/bestuurder door de raad is geaccordeerd: Waarom maakt het college de gelijktijdige koppeling tussen de nieuwe bestuursstructuur en deze benoeming?
b. Is er sprake van benoeming van de nieuwe directeur/bestuurder, terwijl in een later stadium de raad van toezicht wordt benoemd? Waarom is dat de correcte handelswijze van het college?
Deze vragen stelt u naar aanleiding van de informele raadsbijeenkomst van 9 oktober 2007 en de commissievergadering sociaal van 23 oktober 2007. Tevens citeert u een brief van de VMR van de Bataafse Kamp van de heer Buma gericht aan de wethouder van onderwijs, mevr. Oude Alink.
Beantwoording vraag 1:
Om op uw eerste vraag antwoord te geven kunnen wij verwijzen naar dezelfde brief van dhr Buma waarin weliswaar geconstateerd wordt dat het draagvlak bij het personeel tot 13 september ver te zoeken was, maar de eindconclusie van de brief is een geheel andere.
De heer Buma concludeert in dezelfde brief dat er intussen het nodige in positieve zin veranderd is binnen de Bataafse Kamp.
De maatregelen om rust, orde, en netheid in het gebouw te herstellen zijn met groot succes genomen, de saamhorigheid tussen personeel en vestigingsdirectie is hersteld en de diverse onderwijsveranderingen zijn en zullen worden ingevoerd.
Het zijn deze eindconclusies waarop het college constateert dat er draagvlak is voor het verzelfstandigingsproces binnen de Bataafse Kamp.
Beantwoording vraag 2:
Met de beantwoording van de vorige vraag geven wij aan dat de wethouder op basis van de brief van dhr. Buma terecht geconstateerd heeft dat er draagvlak is bij het personeel van de Bataafse Kamp.
Zoals u zelf als VVD fractie uit de brief heeft opgemaakt dat draagvlak en vertrouwen in de directie ontbrak heeft u in dezelfde brief kunnen lezen dat de directie van de OSG/Bataafse Kamp in korte tijd deze signalen zeer serieus heeft genomen en alles in het werk heeft gesteld dit ongedaan te maken.
Het college heeft zich op de eindconclusies van de brief van de VMR gebaseerd en geconstateerd dat er draagvlak is binnen de Bataafse Kamp.
Het college staat op het standpunt dat de raad op correcte wijze geïnformeerd is.
Beantwoording vraag 3:
Antwoord op vraag 3a
Landelijk gezien wordt bij de verzelfstandiging van het openbaar voortgezet onderwijs de voorkeur gegeven aan een stichting als bestuursvorm en aan een Raad van Toezicht als bestuursmodel. In het nog te presenteren onderzoeksrapport is dat ook nader uiteengezet en onderbouwd. Daarnaast is dat onder meer op het door u genoemde informele overleg op 9 oktober toegelicht door Mr. B Wever van VOS/ABB Consulting. Uit oogpunt van good governance is het van belang om zowel een directeur/bestuurder als een Raad van Toezicht benoemd te hebben op het moment van de verzelfstandiging. Het ligt dan ook voor de hand dat het college vanuit dat oogpunt ervoor kiest om bij het door de raad te nemen besluit over de verzelfstandiging de benoeming van zowel het nieuwe bestuur (i.c. de directeur/bestuurder) als de controle op dat bestuur (i.c. de Raad van Toezicht) in de statuten te regelen. De directeur/bestuurder kan nu met de Raad van Toezicht aan het begin van de verzelfstandiging vorm geven de organisatie.
Antwoord op vraag 3b
In het te presenteren onderzoeksrapport kiest het college ervoor om de benoeming van de directeur/bestuurder en de leden van de Raad van Toezicht in de statuten op te nemen. Het college wenst ook daaraan vast te houden. De feitelijke benoeming van een directeur/bestuurder bij het ingaan van de verzelfstandiging heeft tot gevolg dat hoewel de gemeenteraad in een toezichthoudende rol betrokken blijft, er toch sprake is van een toezicht op afstand. Met andere woorden de gemeenteraad kan na een verzelfstandiging niet meer het dagelijks functioneren van de organisatie volgen. Die taak wordt namelijk overgenomen door een Raad van Toezicht die functioneert als een intern toezichthoudend orgaan. Uit oogpunt van good governance is het noodzakelijk dat na verzelfstandiging van het openbaar voortgezet onderwijs een benoemde directeur/bestuurder gecontroleerd wordt door een Raad van Toezicht. De leden daarvan moeten dus benoemd zijn. Het niet benoemen van de Raad van Toezicht vindt het college niet acceptabel, daarmee zou een slecht signaal worden afgegeven aan het binnen het openbaar voortgezet onderwijs werkzame personeel.
Ten slotte wil het college u er op wijzen dat de uiteindelijke besluitvorming rondom de verzelfstandiging van het voortgezet openbaar onderwijs in de raad zal plaatsvinden.
Wij hopen hiermee u vragen voldoende te hebben beantwoord,
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hengelo, etc
Brief van Arie Otten aan B&W d.d. 24 november
Aan het College van burgemeester en wethouders van de Gemeente Hengelo
Hengelo, 24 november 2007
Onderwerp: Reactie op uw brief, met kenmerk 189483, over de verzelfstandiging van het Openbaar Voortgezet Onderwijs
Geacht college,
De fractie heeft verbaasd gereageerd op uw brief en wel om het volgende:
Er zijn twee onderwerpen waar wij over spraken.
We hebben volstrekt geen discussie over de ontwikkelingen binnen de Bataafse Kamp. Punt 1 is de reden dat wij met deze briefwisseling met u zijn begonnen.
In de beantwoording van onze oorspronkelijke brief hebben wij het slechts over het vertrouwen van het personeel in de centrale directie. Wij herhalen hier nogmaals de alinea in de brief van de heer Buma van 9 oktober 2007:
"daarnaast heeft het personeel te kennen gegeven (van 7 mei) in grote meerderheid geen enkel vertrouwen te hebben in de (voorzitter van de) centrale directie van de OSG Hengelo en de toenmalige vestigingsdirecteur van de Bataafse Kamp. Dit gebrek aan vertrouwen is overigens tijdens de teamvergaderingen op 13 september nogmaals vrijwel unaniem bevestigd toen de vraag werd gesteld of het personeel van de Bataafse Kamp achter de plannen stond om de huidige voorzitter van de centrale directie als directeur/bestuurder van een verzelfstandigde OSG Hengelo te benoemen".
Op pagina twee van de brief van de heer Buma staat bij de vijfde button:
"Saamhorigheid tussen personeel en vestigingsdirectie is hersteld"
Hiermee is expliciet verwoord dat er van de twee vertrouwensproblemen, centrale directie en vestigingsdirectie, die van de vestigingsdirectie is hersteld. Het vertrouwen tussen het personeel en de CENTRALE directie van de OSG Hengelo is dus nog niet hersteld. Dit hebben wij na rondvragen bij het personeel van de Bataafse Kamp bevestigd gekregen. En dat is de essentie van de probleemstelling.
Gaarne verwachten wij een reactie op dit schrijven.
Vriendelijke groet.
Arie Otten Vice- fractievoorzitter VVD![]()