Verkoop belang Twence slecht en ook kortzichtig
Dagelijks bestuur van Regio Twente gebruikt verkeerde motieven
Het dagelijks bestuur van Regio Twente geeft er de voorkeur aan het volledige belang van de veertien Twentse gemeenten in het afvalverwerkingsbedrijf Twence BV te verkopen. Dat levert in één keer een smak geld op, daar kan de huidige lichting burgemeesters en wethouders aardig wat prestigeobjecten van realiseren, maar het betekent óók dat in één keer alle invloed van de regionale overheid op de afvalverwerking in Twente in rook opgaat. In alle gemeenten zal besluitvorming plaats moeten vinden en uiteindelijk brengen die gemeenten bij monde van hun afgevaardigden deze standpunten in tijdens een vergadering van het algemeen bestuur van de Regio Twente. Deze finale besluitvorming staat 21 mei op de Twentse agenda. Het is vooral de gemeente Hengelo die zich verzet tegen verkoop. En in de gemeente Hengelo is het met name het VVD-raadslid Stan Horsthuis die zich in dit dossier roert. Hij hoopt genoeg medestanders in andere gemeenten te krijgen om de verkoop af te blazen. Bijgaand exclusief voor ‘de Roskam' de argumenten die volgens Horsthuis tegen privatisering pleiten.
In het najaar heeft het regiobestuur van Twente een ‘second opinion' laten uitvoeren door het accountantskantoor Ernst & Young, nadat bleek dat bij de bespreking van het verkoopadvies van de commissie Brekelmans in de Twentse gemeenten nog verschillende vragen en onduidelijkheden over het voorstel bestonden. De ‘second opinion' vond mede plaats gezien de onvrede bij veel raadsleden van Twentse gemeenten bij wie het gevoel heerste dat een dergelijk zwaar besluit even als hamerstuk werd afgehandeld. De ‘second opinion' onderschrijft in grote lijnen de adviezen van de commissie Brekelmans en ING CF, maar gaat voorbij aan het feit dat de briefing komt van dezelfde opdrachtgever met dezelfde intentie, namelijk verkoop van Twence. Is het dan vreemd dat het advies een bevestiging is van hetgeen ook in de eerste opdracht de uitkomst was. Dit betekent niet dat Ernst & Young z'n werk niet goed gedaan heeft en zich heeft laten verleiden om eigen conclusies aan te passen aan de belangen van de opdrachtgever, maar duidelijk is wel dat Ernst en Young geconfronteerd is met een onderzoeksopdracht die vanuit een specifiek probleem werd geformuleerd. De uitkomst is dan ook geen verrassing. De beslissing van het dagelijks bestuur van de Regio Twente was op voorhand al een gelopen koers.Laatste woord aan de politiek
De raadsleden van de Twentse gemeenten hebben uiteindelijk straks middels hun stem in de vergadering van het algemeen bestuur van de Regio Twente op 21 mei het laatste woord. Als gemeentebestuurders zijn zij verantwoordelijk voor het behartigen van het publieke belang. De wijze waar hiermee kan worden omgegaan vraagt om een open discussie, die zij met elkaar op een zorgvuldige wijze dienen aan te gaan. Vanuit het publieke belang hebben de gemeenten Twence opgericht en is het beheer van aandelen aan het regiobestuur gelaten. De vraag of in de financieringsbehoefte van de ‘Agenda van Twente' dient te worden voorzien door verkoop van Twence kan niet worden beantwoord zonder een gemeentelijke visie op een duurzaam en innovatief afvalbeheer, met inbegrip van de rol van Twence daarin. Vanuit hun gemeentelijke verantwoordelijkheid ligt het voor de hand dat de raadsleden daar eerst hun aandacht op richten. Ter overweging dienen de volgende zaken.
Te weinig aandacht voor marktontwikkeling
Ernst & Young heeft geen toetsing gedaan op de effecten die de ontwikkelingen op de energiemarkt zouden kunnen hebben voor Twence. In zijn analyses heeft Ernst & Young vooral gekeken naar de verbrandingscapaciteit en in mindere mate naar de overige activiteiten van Twence. Daarmee wordt volledig voorbijgegaan aan de sterk in beweging zijnde energiewereld, de gestegen opbrengsten van de geproduceerde elektriciteit en de verwachtingen op dit gebied voor de toekomst (warmte). Denk hierbij dan onder andere aan het afvalnutsbedrijf Twence als vliegwiel voor de duurzame ontwikkeling van de regio - bijvoorbeeld door het leveren van restwarmte aan Hengelo en de regio.
Kans op tariefsverlaging wordt verkwanseld
Gezien de prijsstijging het laatste jaar van brandstoffen, bijvoorbeeld kolen met honderd procent, zal de energieopbrengst sterk kostprijsverlagend en dus tariefverlagend voor de burger uitpakken. Dit facet is niet meegenomen in het rapport. Hier spreekt men slechts over het via onderhandelingen en contracten binnen de perken houden van tariefstijgingen. Maar ook de overige kosten van Twence zullen door de derde verbrandingslijn en de BioEnergieCentrale de komende tijd relatief fors dalen. Het op dit moment verkopen van de aandelen is dus letterlijk het slachten van de kip met de gouden eieren. Je hebt als regio iets opgebouwd en voordat je kunt oogsten doe je je tafelzilver van de hand. Daar komt nog iets bij, iets dat niet genoeg kan worden benadrukt. Een nieuwe eigenaar zal streven naar efficiencywinsten door het realiseren van synergie met andere onderdelen van het overnemende bedrijf. Als eerste zal de nieuwe eigenaar de kosten van het kopen moeten zien terug te verdienen. De enige manier om dit te doen is de tarieven aanpakken. Daarbij zijn de financieringslasten van een private partij belangrijk hoger dan die van een overheid. Aangezien afvalverbranding een kapitaalintensieve activiteit is, gaat het daarbij om substantiële bedragen. Ook deze lasten zullen in de toekomstige tarieven worden verdisconteerd, tezamen met de door private investeerders gewenste risico-opslag en investeringsrendement. In dat verband moet ook worden gewezen op de effecten voor de werkgelegenheid. Een investeerder is geen charitatieve instelling, maar een doelgerichte ‘casher'. Naast een belangrijke tariefsverhoging mag dan ook een afname worden verwacht van het aantal formatieplaatsen binnen Twence, ongeacht (tijdelijke) sociale plannen of werkgelegenheidsgaranties. Dus welk sociaal plan of welke werkgelegenheidsgarantie er ook gegeven wordt, op termijn zal er sprake zijn van boventalligheid wat resulteert in minder formatieplaatsen. Als voorbeeld de verkoop van een belang in een soortgelijke situatie. Van overheid naar privaat: de gemeente Rotterdam en AVR/Van Gansewinkel zijn nu, minder dan een jaar na de verkoop van het afvalbedrijf, al in conflict! Er ligt een claim van naar verluidt ver boven de honderd miljoen op tafel.
Onvoldoende aandacht voor duurzame ontwikkeling
Het streven naar duurzaamheid is een steeds actueler thema. Afval is een drager. Kijk maar naar bio-energie, restwarmte, biogas uit gft-compost en dergelijke. Afval krijgt dus ook steeds meer waarde en aan de vooravond van die ontwikkeling is men, ook vanuit deze invalshoek, een dief van de portemonnee van de burgers als men verkoopt!
Afval (het verwijderen daarvan en het zorg dragen voor verwerking) behoort tot de zorgplicht van de gemeente. De burger kan niet zelf kiezen door wie hij z'n afval laat ophalen - laat staan waar hij het laat verwerken. Zo'n monopoliepositie, zonder echte marktwerking, vraagt om publieke zeggenschap. Innovatieve milieu-investeringen worden per definitie geïnitieerd door de overheid - alleen de overheid namelijk kan zich permitteren om milieurendement te laten prevaleren en genoegen te nemen met financieel quitte spelen op termijn. Dan namelijk prevaleert het publiek belang.
Aan milieuregels zal elk bedrijf (moeten) voldoen. Als het gaat om milieu en duurzaamheid is voldoen echter niet genoeg: het gaat om goed - beter - best!
Stan Horsthuis