Kanttekeningen n.a.v. Regio Twente bijeenkomst (5 sept 2007) over Verkoop Twence
op 6 september verstuurd naar alle leden van gemeenteraden in de Regio Twente.
I.v.m. de "Agenda van Twente" hebben wij allemaal, de regiogemeenten, zitten aanhikken tegen de financiering. Eerst 50 miljoen en in tweede instantie zelfs 80 miljoen. Er moesten nogal wat hobbels worden genomen.
In de brief met de datum 6 juli 2007 van Twence aan het dagelijks bestuur van de regio is dit probleem adequaat opgelost en ingevuld. De komende jaren zal jaarlijks de gehele winst worden uitgekeerd tot de 80 miljoen is bereikt. En let wel, indien de solvabiliteit van 30% het toelaat zal daarnaast de jaarlijkse basisuitkering van nu 2,5 miljoen worden verhoogd naar 4 miljoen.
Je zou dus denken: missie voltooid. Daar waar we met z’n allen voor gingen is geheel ingevuld. Echter worden wij nu geconfronteerd met het voorstel van de Regio Twente de kip met de gouden eieren te verkopen. En daar wil de VVD Hengelo graag iets over kwijt terwijl er ook een paar vragen opkomen.
Als wij het rapport Brekelmans lezen, dan constateren wij dat dit rapport weliswaar een paar feiten bevat waar wij niet aan twijfelen, doch vol staat met gedachten, uitspraken en conclusies waarop maar één woord van toepassing is: doelredenering.
Maar nog eerst even de briefwisseling tussen Twence en de Regio Twente.
In de brieven vanTwence van 6 juli en 3 augustus 2007 staat uitstekend en onderbouwd verwoord hoe Twence de wens van de Regio Twente denkt in te vullen m.b.t. financieringswijze van de "Agenda van Twente". In de brief daarna van de Regio Twente van 9 juli 2007 resteren nog een paar conclusies en worden een aantal vragen aan Twence gesteld. Het antwoord daarop door Twence is adequaat en onderbouwt feilloos waarom Twence in staat is deze bijdrage van extra 80 miljoen in de komende jaren hard toe te zeggen, zonder de continuïteit van Twence in gevaar te brengen. Je zou dan zeggen kat in ‘t bakkie, de financiering van de "Agenda van Twente" is rond en we gaan over tot de orde van de dag. Niet dus. We spreken hier over de verkoop van Twence.
Overwegingen en vragen
- De verwachte opbrengst van is misschien wel 300 miljoen als er geen problemen zijn. In hoeverre is Essent hier een probleem? Welke invloed heeft zij op deze waarde en andere zaken?
- Heeft de regio een ondergrens aangelegd wat Twence minimaal zou moeten opbrengen? Bijvoorbeeld genoemde 300 miljoen?
- In punt 7.2 van het rapport wordt gesproken over het profiel van een nieuwe aandeelhouder. Hierin zullen zal naast genoemde zaken, veronderstellen wij, ook opgenomen worden de eisen m.b.t. tot Twence als groene energieproducent en bijvoorbeeld de invulling van het geplande warmtenet. In hoeverre zullen deze onderdelen van invloed zijn op een verkoopprijs van de aandelen? Stel dat een potentiële koper bereid is 320 miljoen te betalen voor de aandelen van Twence maar niet wenst te voldoen aan genoemd profiel, en een andere potentiële koper daartoe wel bereid is maar "slechts" 250 miljoen wenst te betalen. Aan wie wordt dan de koop gegund?
- Pag 3 2e alinea punt 1 staat dat een superdividend een voorspoedige ontwikkeling van de onderneming in de weg kan staan. Ook op pagina 8 onderaan, pagina 10 bovenaan en pagina 14 tweede helft wordt dit nog eens herhaald. Daarmee wekt het rapport de schijn op dat dit een essentiële overweging is. Een onterechte overweging. Ook hier doelredenering. In haar brief van 3 augustus onderbouwt Twence het tegendeel en haalt dit argument volledig onderuit. De praktijk van alledag, winstontwikkeling, aflossingscapaciteit van leningen bevestigt dat nog eens. Wie zijn wij om te twijfelen aan het voorstel van Twence dat in het verleden bewezen heeft betrouwbaar, consistent en degelijk te zijn.
- Pagina 4 bovenaan. Hier stelt het rapport zich de vraag of de Regio Twente groei van Twence vanuit het oogpunt van publiek belang moet faciliteren. Dit is nonsens. Twence bedruipt zich al jaren zelf en heeft de Regio in haar dagelijkse operatie en functioneren niet (meer) nodig. De Regio heeft daar niets mee van doen. Dit soort tendentieuze alinea’s komen we frequent tegen in dit rapport. Ook hier doelredenerende alinea’s die volstrekt niet relevant zijn.
- Pag. 3 onderaan. Het rapport Brekelmans stelt dat alleen met de verkoop van Twence de vereiste 80 miljoen voor de agenda van Twente is veiliggesteld. Nogmaals in de brief van Twence van 6 juli wordt het tegendeel onderbouwd. Waarom conformeert het rapport zich niet aan deze toezegging van Twence waarin staat dat de uitkering in de tijd geen probleem is? Zie vorige punt.
- Wat komt er nog terecht van Twence als groene energieproducent als de investeerder immer een "return of investment" zal eisen. Onze verantwoording jegens de burger en samenleving ligt ook hier.
- Zie wat er met AVR Rotterdam is gebeurd. Stijging van de tarieven. Ook dit is publiek belang. Vat hebben op de tarieven.
- Het rapport stelt dat m.b.t. het verwerkingstarief deze ook zonder participatie van Regio Twente in Twence kan worden geborgd. De tarieven voor de burger kun je wel 25 jaar vastzetten. We kunnen een afspraak maken dat ze mogen stijgen met maximaal 50% van de consumentenprijsinflatie-index. Maar u spreekt op pagina 5 en 14 van het rapport dat er een verbrandingscapaciteitoverschot zal komen. Dit zou in de marktwerking een tariefverlaging tot gevolg moet hebben. Hoe voorziet een verkoopovereenkomst hierin?
- In het kader van een investeerder die z’n "return of investment" eist zou het warmtenet in gevaar kunnen komen. Onder de drie potentiële klanten AKZO, HvZ en Enschede zou een bom kunnen komen te liggen.
- Op pagina 2 wordt het klimaat voor een verkooptransactie als gunstig gekenmerkt. Maar realiseert u zich dat in 4 jaar tijd de waarde van de onderneming is verviervoudigd? De bestendige groei van de onderneming zal echter ook een verdere waardevermeerdering garanderen op termijn. Een stille reserve maar ook dit is rendement in tegenstelling tot wat het rapport Brekelmans beweert. Wellicht niet extreem maar wel bestendig en vast en zeker. De indruk die wordt gewekt dat er risico’s zijn m.b.t. een eventuele waardevermindering van Twence zijn volstrekt insinuerend en zetten ons op het verkeerde been. Ook de alinea op pagina 6 over het rendement wekt de indruk dat we het nu fout doen. Staatsobligaties doen het beter. Het rapport laat echter niet zien hoeveel wij in het verleden hebben geïnvesteerd en welk rendement wij daarop hebben. Dit zal substantieel hoger zijn dan genoemde 4,6% op staatsobligaties. Wat let ons trouwens om straks nieuwe dividendafspraken met Twence te maken nadat genoemde 80 miljoen door Twence is opgebracht. Blijkbaar is er ruimte voor.
- Ik heb begrepen dat er voor de Commissie Brekelmans ook een adviesgroep is geweest bestaande uit de heren Den Oudsten, Wilmer en Kok. Kwam deze tot een andere conclusie dan verkopen, waarna de commissie Brekelmans is samengesteld? Wat is met de conclusie cq rapport van deze commissie gedaan? Laat een onverdachte partij nog eens naar het Rapport Brekelmans kijken en alles op z’n merites beoordelen.
Het besluit dat voorligt om de aandelen van Twence te verkopen onder deze tijdsdruk is absurd. Wij krijgen na een "Agenda van Twente" die nu probleemloos kan worden ingevuld het voorstel door onze strot gedrukt Twence te verkopen.
Wij denken dat dit soort beslissingen uit de sfeer van de bestuurders moet worden gehaald. Deze willen, met alle respect voor de oprechte bedoelingen gewoon binnen 4 jaar de tekorten wegwerken en leuke dingen doen voor de burger met dit snelle geld. Het moet meer naar de politiek worden gehaald.
Ik kan nog een fors aantal argumenten aanhalen waarom de aandelen van Twence niet moeten worden verkocht, maar laat ik daar niet in verzanden en het hierbij laten.
Als afsluiting van dit stuk nog even het volgende:
Oud-directeur van het Afval Overleg Orgaan (nu Senter Novem) en momenteel adviseur op afvalgebied, de heer Rien Rense, heeft nog een paar overwegingen op papier gezet m.b.t. de verkoop van Twence die wij u niet mogen onthouden.
- Privatiseren leidt tot hogere financieringskosten
Bij investeringskosten van € 600 per ton en een renteverschil van 1% bij lenen als overheid (of garantstelling) is het verschil € 6 per ton.
Er kunnen ook nadelen zijn bij de verrekening van BTW, maar dat is afhankelijk van de situatie. - Noodzaak om aan te besteden en kans op extra kosten voor transport
Na verkoop zullen de gemeenten het verbranden van afval in de toekomst moeten aanbesteden. Als het afval dan elders verwerkt moet worden ontstaan er extra kosten voor overslag en transport (€ 15 per ton). - Synergie met andere afvalbedrijven vermindert
Op Boeldershoek zijn nu verschillende afvalbedrijven van Twence gevestigd, wat synergievoordelen biedt, en mogelijkheden voor innovatie en energie-optimalisatie. Bij verkopen kan dat veranderen. - Voordelen van afschrijving gaan aan gemeenten voorbij
De installatie van Twence is financieel al voor een groot deel afgeschreven, maar zal technisch en economisch nog veel langer mee kunnen. Na het afschrijven of door aanpassen van de afschrijvingsperiode kunnen de kapitaallasten aanzienlijk verminderen. Mijn verwachting is dat de kostprijs van veel verbrandingsinstallaties daardoor op korte termijn flink omlaag kan. Dat voordeel kan bij verkoop uit handen worden gegeven. - Nutsfunctie wordt uit handen gegeven
Verbranden is het eind van de afvalverwerkingsketen voor veel huishoudelijk afval en bedrijfsafval. Bij een eigen installatie is er in principe meer vrijheid om de inzamelstructuur aan te passen. De installatie is ook een dienstverlening naar burgers en bedrijven. Met name Amsterdam volgt deze strategie en streeft dus niet naar winst op de installatie, maar naar lage tarieven en hoge milieuprestaties.
De verkoop kan uiteraard leiden tot een hoge opbrengst en een gunstig contract (zoals bij AVR en Rotterdam). De andere bieders gingen daar niet in mee, en ik heb niet de indruk dat zij achteraf meer hadden willen bieden.
Rotterdam/AVR heeft ook een uitgekiende verkoopstrategie gevolgd. AVR had/heeft ook een andere positie in de markt dan Twence.
S.M.A. Horsthuis
Raadslid VVD-Hengelo
KLIK HIER om naar aanvullende opmerkingen van Horsthuis d.d. 6 en 7 september te gaan.