Voorzitter
Op de agenda staat de “Kadernota Herontwerp: Vernieuwen en Bezuinigen”. De tweede fase in de omvangrijke en volgens de VVD-fractie bitter noodzakelijke ombuigingsoperatie voor de gemeente Hengelo. Eerder hebben wij al aangegeven dat wat ons betreft het tempo niet hoog genoeg kan worden opgeschroefd en hebben wij het College en de coalitiepartijen aangespoord concreet te worden en beslissingen te nemen. In de toelichting op het stuk laat het College er geen misverstand over bestaan dat forse ingrepen onvermijdelijk zijn en dat we naar alle waarschijnlijkheid de komende jaren niet zullen ontkomen aan nog verdergaande maatregelen. Niet alleen als gevolg van Haagse maatregelen (om dat misverstand maar meteen om zeep te helpen) maar vooral ook als gevolg van de economische en demografische ontwikkelingen waarmee we geconfronteerd zullen worden. Terecht constateert het College:
“Bij ongewijzigd beleid zal het begrotingstekort van het rijk de komende decennia sterk oplopen en zal de staatsschuld exploderen. De rol van de overheid kan op deze wijze niet overeind blijven.”
Op dat punt zijn we het met elkaar eens: de rol van de overheid, inclusief de Hengelose overheid(!), kan op deze manier niet overeind blijven. Maar hoe kan het dan, als we het over de noodzaak om nu stevig in te grijpen eens zijn, dat we een nota krijgen waarin eigenlijk niet één feitelijke stap gezet wordt. Goede bedoelingen te over, maar we hebben sterk de indruk dat het College meer met het proces, dan met de inhoud, beleid en uitvoering bezig is. Illustratief hiervoor is wellicht de volgende passage aangaande de in de benchmark geconstateerde boventalligheid van 128 FTE’s! In plaats van haast te maken schrijft het College:
“De benchmark moet daarom worden gebruikt voor zowel het maken van keuzes in taken als ook als input voor een efficiencyslag in de bedrijfsvoering. Tezamen zou dat kunnen leiden tot afslanking van de organisatie in de richting van de geformuleerde zoekrichting. Wij zijn echter ook van mening dat verstandig moet worden gekeken naar de verhouding tussen een verdere afslanking van de organisatie in relatie tot nieuwe taken in de jeugdzorg en AWBZ die naar de gemeenten toe komen en die nieuwe personele invulling vereisen. Wij stellen voor aan het eind van het proces, dus na uitvoering van de fase 1 versoberingsvoorstellen, fase 2 innoveren en fase 3 bedrijfsvoering, de balans op te maken.”
Als we goed begrijpen wat er staat, dan maken we ergens in 2015 de balans op! En ondertussen plannen we het grootste deel van de ombuigingen en bezuinigingen in de jaarschijf 2013 (vijf miljoen voor de eigen organisatie).
Trouwens over die 128 fte gesproken. Hoe kan het zijn dat de raad vanaf 2006 aan het lijntje is gehouden met een in uw ogen uitstekend uitgevoerde Swing operatie, terwijl er nu nog wordt geconstateerd dat er 128 fte’s over zijn. Onze interpretatie is in ieder geval dat de bezuinigingsoperatie Swing alsnog gekwalificeerd dient te worden als zwaar onvoldoende.
Voorzitter, we willen niet negatief overkomen, maar als we met elkaar in dit tempo doorworstelen, dan blijven we in Hengelo de komende twintig jaar achter de feiten aanhollen. Op deze manier glipt de controle ons door de vingers. We hebben eerder gepleit voor een rigoureuze herbezinning op de rol van de lokale overheid en gevraagd om stevige maatregelen. Pappen en nathouden is niet voldoende. Elk moment dat wij hierover spraken noemden wij de kerntakendiscussie. Nu zeg ik er niets over. De heer Dragt heeft dit ook vanavond weer prima onder woorden gebracht. Wat ons betreft mag u voor de volle 14 miljoen en met alle 42 zoekrichtingen met iedereen het gesprek aangaan. Sterker nog, we adviseren u het niet bij deze 14 miljoen te laten, maar waar mogelijk verdergaande oplossingen niet uit de weg te gaan. Maar wacht niet te lang, stel niet voortdurend uit, verschuil u niet achter procedures, processen en fraai geformuleerde bespiegelingen over ambities en intenties. Deze tijd vraagt om een lokale overheid die orde op zaken durft te stellen, leiderschap toont, keuzes maakt en beslissingen neemt. En dat is nu precies wat wij ontberen in de “Kadernota Herontwerp: Vernieuwen en Bezuinigen”. U wilt teveel, u doet te weinig!
Het bestuur van de stad, dit college dus, zou leading moeten zijn. Zij zou visie moeten tonen en beleid moeten maken over hoe en waar wij met de stad naar toe moeten. Het college dient het voortouw te nemen in het voeren van de discussie over bezuinigingen. Het college dient aan te geven hoe zij denkt hoe en waar er bezuinigd dient te gaan worden. Maar het college is daar blijkbaar niet toe in staat.
Kunt u ons aangeven waar wij onze bijdragen in de vorige vergaderingen als bijdrage voor de invulling van de bezuinigingen terug kunnen vinden? Zelfs het woord krant vinden we niet terug.
Voorzitter, de insteek van het college om iedereen te laten meepraten over bezuinigingen is een zwaktebod. Trouwens in hoeverre is de input van de bewoners representatief.
Bij directies die op deze wijze leiding geven aan hun bedrijf kun je wachten op de problemen die er dan aan zullen komen. Chaos en anarchie met als resultaat een failliet zal hun lot zijn.
Deze stad met dit bestuur dat kan niet goed gaan. Met een dergelijk gebrek aan visie, daadkracht en daarmee bestuurskracht zoals dit college dat tentoonspreidt, kan dit alleen maar resulteren in hogere belastingen voor de burger, lege potjes en geen reserves.
De heer Hollander stelde net dat het kabinet neemt die maatregelen neemt die de PvdA goed acht, maar dit college doet niets. En ik heb altijd geleerd dat er maar één ding slechter is dan een foute beslissing….geen beslissing.
Voorzitter de spreekwoordelijke 100 dagen van bezinning en heroriëntatie van dit college zijn al lang verstreken. Ze moeten aan de bak en initiatieven tonen. Het college voert de directie van deze stad en niet de raad en de burger.
Hengelo zou doordrongen moeten zijn dat er hier in een besluiteloos college aan het roer zit. Er is slechts één verzachtende omstandigheid. Voor een college bestaande uit vijf partijen met tegenstrijdige belangen is het moeilijk bezuinigingen op één lijn te krijgen. De neuzen dezelfde kant op en aan de bak is ons pleidooi naar dit college.
Op pagina 6 één na laatste alinea lezen we:
“Tijdens de aanloop naar de commissoriale raadsvergadering toe, heeft uw raad aangegeven vooralsnog geen uitspraak te willen doen over de decentralisaties met bijbehorende kortingen die op de gemeente afkomen vanuit het Rijk. Daarmee blijft voor de raad het sociale domein en ‘werk en inkomen’ vooralsnog enigszins buiten het beeld van de zoekrichtingen.” Dit staat in onze optiek ten onrechte in dit stuk. Kunt u ons aangeven hoe dit tot stand is gekomen. Het gaat straks, als vaststaand feit, een eigen leven leiden. De raad zal hier te pas en te onpas mee geconfronteerd worden als “U hebt dit zelf gewild”. En volgens mij is dat niet zo expliciet beslist. U trekt conclusies die niet getrokken mogen worden.
Als afsluiting voorzitter:
Wat nu voorligt is grijs en wollig en brengt de stad geen stap verder. En onze inbreng tot op heden is blijkbaar niet toereikend genoeg geweest voor het college om daar verandering in te brengen. Zoals gezegd we zien nog steeds niets terug van hetgeen wij in alle vorige vergaderingen hebben ingebracht.
Stan Horsthuis