Het staat natuurlik buiten kijf, dat de rekenkamercommissie er goed aan gedaan heeft, de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de inspraakavonden te laten onderzoeken. We hebben al heel wat inspraakavonden gehad. De onderzoekers geven aan, dat die verschillend van karakter waren. Sommigen zijn redelijk goed verlopen, anderen zijn minder geslaagd. Het is jammer dat het meest markante voorbeeld van een volledig mislukte inspraak, die rond de Troelstrastraat niet in het onderzoek is opgenomen. De hint om die op te nemen had de rekenkamercommissie toch wel aan de onderzoekers kunnen geven. Maar daarom is het goed dat de rapportage van de inspraak van de Troelstrastraat hier toch op de agenda staat. Na de constatering, dat de onderzoekers eigenlijk alleen naar de niet zo slecht verlopen inspraakbijeenkomsten hebben gekeken, wilden we het onderzoek eigenlijk eerst in de prullenbak gooien. Maar dan zouden we die mensen toch te kort doen. Zij hebben zich wel de juiste onderzoeksvragen gesteld. Bij de doelmatigheid hebben ze onderzocht of de doelen goed gesteld waren. Zijn ze goed ook goed gepresenteerd en zijn ze gehaald? Bij de doelmatigheid is het proces bij elke casus grondig bekeken. Ogenschijnlijk goed verlopen inspraakbijeenkomsten, komen dan toch in een ander licht te staan. De onderzoekscommissie heeft daardoor wel prima aan kunnen geven wat er bij de inspraak in het algemeen verbeterd moet worden.
De VVD fractie kan zich dan ook volledig vinden in de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamercommissie. Wij hebben meer moeite met de vergoelijkende opstelling van het college naar aanleiding van het rapport.
Want daar schuilt het gevaar in. Dit is het zoveelste rapport dat vooral collegeleden en ambtelijke medewerkers over verbeteringen op verschillende terreinen van het beleid van de gemeente onder ogen krijgen. Het risico bestaat, dat de betrokkenen nu wel weten waar de knelpunten zitten, maar dat de werkelijke verandering nog niet zo snel lukt. De houding en het gedrag van degenen die bij de organisatie van de inspraakbijeenkomsten betrokken zijn, zitten diep geworteld in hun cultuur. Zo lijkt het ons vreselijk moeilijk voor projectleiders om niet meer te redeneren vanuit het project, maar vanuit de burgers. Zoals een aanbeveling uit het rapport stelt. Dit risico van slechts een beperkte verandering is ook aanwezig door de wijze waarop iedereen de avonden heeft ervaren. Als een aantal van 80 % van de organisatoren een avond best wel geslaagd vindt, is het heel menselijk dat ze op dezelfde wijze door willen gaan. Ook al zijn de aanwezige burgers veel minder, met slechts 44%, over het succes te spreken. Ook het evaluatieonderzoek van 2008 constateert dat juist vanuit de gemeentelijke perceptie de organisatie van de inspraakbijeenkomsten wel goed is.
Hoe we het ook wenden of keren. De organisatie bij in ieder geval de Troelstrastraat was niet goed. Wethouder Kok heeft dat indertijd ook ruimhartig toegegeven. De bewoners waren onvoldoende op de hoogte van de wettelijke voorschriften, waardoor al hun inspanningen om de straat anders aangelegd te krijgen voor niets waren. Ook hun plaats op de participatieladder was onduidelijk. Ze dachten mee te kunnen beslissen, maar dat was niet zo. Ze werden slechts geïnformeerd. We kunnen zo alle aanbevelingen van de rekenkamercommissie bij de Troelstrastraat toepassen. Dat de meeste bewoners nu over het eindresultaat tevreden zijn, doet aan gemaakte communicatiefouten niets af.
Als het college zo verstandig is de aanbevelingen van de onderzoekers van de rekenkamercommissie niet te bagatelliseren en voor een echte verbetering aan de slag te gaan, dan gaan wij ervan uit dat de inspraakbijeenkomsten in de toekomst heel wat doeltreffender en doelmatiger zullen worden.
Roeland Fens